Naar de inhoud

Gids

Plaatindeling: zo beperk je zaagverlies en restplaten

Reken met de zaagsnede, leg de grote delen eerst en let op de nerf. Zo zie je waarom vierkante meters vaak te weinig platen geven, en hoe een paar onderdelen een hele plaat kosten.

Je beperkt zaagverlies door vier dingen: rekenen met de zaagsnede, de grote delen eerst leggen, weten waar de nerfrichting telt en waar je een stuk mag draaien, en kijken of een kleine maataanpassing een hele plaat uitspaart. En je rekent niet met vierkante meters gedeeld door het plaatoppervlak: die rekensom geeft hooguit een ondergrens en komt vaak te laag uit.

Waarom m² gedeeld door plaatoppervlak vaak te weinig platen geeft

Neem de open kast van 800 × 1800 × 350 mm uit MDF van 18 mm, met vier schappen en een sokkel. Dat zijn elf onderdelen in MDF, samen 2,8 m²; de rugwand van hardboard komt op een eigen plaat en telt hier niet mee. Een plaat MDF van 2440 × 1220 mm is 2,98 m². Deel het ene door het andere en je krijgt 0,95: één plaat, zo lijkt het. De plaatindeling van Kastenbouwer legt er twee nodig, bij een benutting van 48%.

Dat ligt niet aan de rekensom, maar aan de aanname erachter. Onderdelen zijn rechthoeken die elk een rij op de plaat innemen. Op de eerste plaat liggen de twee zijkanten van 1700 × 350 mm boven elkaar, daaronder het onder- en bovenblad van 764 × 350 mm en de sokkelstroken van 100 mm breed. Die plaat is dan voor 62% bezet, maar wat overblijft is te klein voor de vier schappen van 760 × 319 mm: rechts van de zijkanten is 737 mm vrij, 23 mm te weinig voor een schap, en onderaan blijft 60 mm over, terwijl een schap 319 mm breed is. De schappen gaan samen naar plaat twee.

De eerste video onderaan dit artikel rekent hetzelfde voor met een project van 7,9 m²: 2,65 platen op papier en vier in de opname. Het plaatformaat telt even zwaar. Dezelfde open kast in witte melamine past op één plaat van 2800 × 2070 mm. Het aantal platen hangt dus af van de plaatmaat en van de vorm van je onderdelen, en niet alleen van het aantal vierkante meters.

De zaagsnede telt mee

Elke snede haalt een strook van de plaat weg: bij een gangbaar zaagblad ruwweg 3 mm. Kastenbouwer rekent standaard met 3,2 mm en laat je dat op de zaaglijstpagina of in de instellingen aanpassen; het is één instelling, die ook in de kostprijs, de offerte en het montageplan geldt. Vraag je zaagdienst welke snedebreedte zij hanteren.

Dat lijkt verwaarloosbaar tot het een plaat scheelt. Een open kast van 850 × 1200 × 350 mm uit MDF van 18 mm, met vier schappen en een sokkel, is netto 2,5 m². Met een zaagsnede van 3 mm past alles op één plaat, bij 84% benutting: een rij van onderblad en twee schappen is 814 + 810 + 810 mm, en met twee sneden is dat precies 2440 mm. Met 3,2 mm is het 2440,4 mm. Dan past die rij niet meer, en komen onder- en bovenblad van 814 × 350 mm op een tweede plaat. Twee bladen, een extra plaat: in de richtprijzen van het portaal is dat € 35 voor MDF van 18 mm, exclusief btw.

Kijk daarom altijd naar de laatste plaat van je plan. Staat er maar weinig op, dan loont het zoeken naar een oplossing. Maak deze kast 10 mm minder breed (840 in plaats van 850 mm) en alles past ook met 3,2 mm weer op één plaat, bij 84% benutting. Haal je onder- en bovenblad uit een restplaat van een vorige klus, dan houd je dezelfde winst zonder aan de kast te raken. Een kleine maataanpassing is vaak goedkoper dan een plaat; hoe maten en plaatdikte samenhangen, lees je in welke plaatdikte voor een kast.

Grote delen eerst

Leggen en zagen volgen dezelfde logica: begin met wat de indeling van de plaat bepaalt, vul daarna aan. Zijkanten en deuren eerst, dan de brede bladen en schappen, en pas op het einde de ladewanden, sokkelstroken en andere kleine delen in de gaten die overblijven. Wie met de kleine stukken begint, zit achteraf met zijkanten die nergens meer passen.

De plaatindeling van het portaal werkt op dezelfde manier. Ze sorteert de onderdelen op vier manieren, onder meer naar oppervlak en naar langste zijde, telkens grootste eerst, en probeert verschillende manieren om de vrije plaats te splitsen. Daarna kiest ze de indeling met de minste platen, en bij gelijkspel die waarin gelijke onderdelen het minst over meerdere platen verspreid liggen. Dat zijn tientallen varianten, aangevuld met willekeurige herstarts die een vaste startwaarde gebruiken, zodat hetzelfde project altijd dezelfde indeling geeft. Meer over de werking staat op de pagina over de plaatindeling.

Nerfrichting: wanneer je een stuk niet mag draaien

Bij fineer, decor met houtnerf en meubelpaneel loopt de richting door in het zicht, en moeten stukken die naast elkaar komen dezelfde kant op lopen. Bij sommige gelakte of gefolieerde platen kan dat ook zo zijn: vraag het na bij je leverancier. Dan mag je een onderdeel niet 90° draaien om het in een gat te krijgen. Kastenbouwer houdt daarom bij vrijwel elk onderdeel de lengte langs de lengte van de plaat. Alleen onderdelen waarvan de richting niet telt, zoals ladebodems, staan als ‘nerf vrij’ in de zaaglijst en mogen gedraaid worden.

Dat is veilig, maar streng voor materiaal zonder zichtbare richting. Een inbouw bovenkast van 900 × 900 × 350 mm met twee deuren en twee schappen, in MDF van 18 mm, vraagt met vaste nerf twee platen; op de tweede liggen enkel twee schappen van 860 × 301 mm. Mag alles gedraaid worden, dan past de kast op één plaat, bij 84% benutting. Bij MDF of egaal melamine mag je op de zaag zelf vaak wel draaien, en kan je zo een plaat uitsparen. Bestel je op basis van de plaatindeling, dan zit je meestal aan de veilige kant, tenzij je zaagdienst een bredere snede of een afzaagrand rekent. Draai je op de zaag, tel dan na of het met de zaagsnede erbij echt past.

Restplaten benutten

Een plaat is zelden vol, en dat hoeft ook niet. Wat telt is dat de rest bruikbaar blijft. Zet reststukken apart per materiaal, dikte en decor, met de afmetingen erop. Een stuk witte melamine uit een andere partij kan een tint afwijken, dus meng ze niet in één zichtbaar vlak. Gebruik rest voor kleine onderdelen: sokkelstroken, ladewanden, een tussenschot of schapjes.

Reken in je offerte met hele platen, zoals de kostprijs van het portaal doet: de rest zit dan in je prijs, en een restplaat die je later hergebruikt is een meevaller. Schrijnwerkers die hun offerte uit de tekening halen, vinden op de pagina voor schrijnwerkers hoe dat in zijn werk gaat. Hoeveel kantenband de onderdelen op die platen vragen, lees je in kantenband kiezen.

Zo gebruik je de plaatindeling in Kastenbouwer

Op de pagina van de zaaglijst zie je per materiaal en dikte hoeveel platen er nodig zijn en welke benutting ze halen. Je kan de zaagsnede aanpassen en de indeling per project bekijken (om te bestellen) of per kast (als vertrekpunt voor de zaag), onder Groeperen met ‘Per onderdeel van de kast’. Het blijft een heuristiek en geen exact zaagplan: gebruik ze om het aantal platen te bepalen, en laat je zaagdienst of je eigen machine de laatste keuze maken. De zaaglijst, de plaatindeling en de beslaglijst zitten in het gratis pakket, en in de demo van het portaal zie je ze ontstaan voor een kleerkast. Welke fouten in een zaaglijst een plaat kosten, staat in een zaaglijst die klopt, en voor de bouw van een eigen kast is er een pagina voor doe-het-zelvers.

Video · 26 seconden

Hoeveel platen heb je nodig? Reken niet met vierkante meters

7,9 m² MDF gedeeld door 2,98 m² per plaat geeft 2,65, dus drie platen? In dit project waren er vier nodig: de zaagsnede, de nerfrichting en de vorm van elk stuk laten altijd rest over.

Video · 26 seconden

Drie fouten in je zaaglijst die een hele plaat kosten

De verbinding vergeten: 764 of 800 mm voor hetzelfde bovenblad. De kantenband vergeten: een ladefront 4 mm te breed. En de nerfrichting vergeten, waardoor je stukken niet zomaar kan draaien op de plaat.

Veelgestelde vragen

Waarom geeft m² gedeeld door plaatoppervlak vaak te weinig platen?

Omdat onderdelen rechthoeken zijn die rijen op de plaat innemen: wat naast of onder een rij overblijft, is vaak te klein voor het volgende stuk, en elke snede neemt ook nog een strook weg. Een open kast van 2,8 m² netto komt op een plaat van 2,98 m² uit op 0,95, maar vraagt in werkelijkheid twee platen, ook zonder zaagsnede.

Hoe groot is de zaagsnede die ik moet rekenen?

Bij een gangbaar zaagblad ruwweg 3 mm per snede. Vraag je zaagdienst welke snedebreedte ze hanteren; Kastenbouwer rekent standaard met 3,2 mm en laat je dat aanpassen.

Mag ik onderdelen draaien op de plaat?

Niet als de richting zichtbaar is, zoals bij fineer, decor met houtnerf en meubelpaneel; bij sommige gelakte of gefolieerde platen kan dat ook zo zijn. Bij MDF of egaal melamine zonder richting meestal wel. Kastenbouwer houdt voorzichtig bij vrijwel elk onderdeel de lengte langs de lengte van de plaat; alleen onderdelen zoals ladebodems staan als ‘nerf vrij’ in de zaaglijst.

Wat doe je met restplaten?

Bewaar ze per materiaal, dikte en decor, met de afmetingen erop, en gebruik ze voor kleine onderdelen zoals sokkelstroken, ladewanden en schapjes.

Is de plaatindeling van Kastenbouwer een zaagplan?

Nee, ze is bedoeld om te bepalen hoeveel platen je moet bestellen. Je zaagdienst of je eigen machine kan een andere indeling verkiezen.

Laat het rekenwerk over

Vul je maten in en de zaaglijst, de plaatindeling en de beslaglijst rollen eruit. Het gratis pakket vraagt geen kaartnummer.