Gids
Een zaaglijst maken die klopt
Wat er in een zaaglijst hoort, waarom de dikte van je rugwand de maten van je korpus verandert, en de fouten die een plaat kosten.
Een zaaglijst is geen boodschappenlijst. Het is de vertaling van een buitenmaat naar zoveel panelen met elk hun eigen maat, en die vertaling hangt af van keuzes die je misschien nog niet bewust gemaakt hebt. Hier staat welke dat zijn.
1. De verbindingsmethode bepaalt je zaagmaat
Neem een kast van 800 mm breed uit plaat van 18 mm. Lopen de zijkanten door en zit het boven- en onderblad ertussen, dan zijn die bladen 800 − 2 × 18 = 764 mm. Lopen boven- en onderblad over de zijkanten, dan zijn zij 800 mm en zijn de zijkanten korter in hoogte. Zit alles in een groef van 8 mm diep, dan komt er per zijde 8 mm bij. Dezelfde kast, drie verschillende zaaglijsten.
Kies die methode dus vóór je maten neemt, niet erna. In het portaal staat ze bovenaan de configurator: stomp geschroefd, deuvels, domino of lamello, groef of sponning, of boven- en onderblad over de zijkanten.
2. De rugwand is geen bijzaak
Vier manieren, vier gevolgen. In een ingefreesde groef: je rugwand is groter dan de binnenmaat, en je zijkanten moeten dik genoeg zijn voor die groef. In een sponning achteraan: netjes, maar de sponning kost je diepte. Tussen de zijkanten achteraan: de eenvoudigste, maar je ziet de kant van de rugwand. Achterop geschroefd of geniet: het snelst, en het maakt je kast haaks — wat de rugwand eigenlijk moet doen.
Vergeet dat laatste niet: een kast zonder degelijk bevestigde rugwand staat scheef zodra je ze verplaatst. De rugwand is het enige onderdeel dat de kast in het vlak houdt.
3. Deuren: opdek of inliggend, en de voegmaat
Opdek betekent dat de deur over het korpus valt: fouten in je korpus vallen minder op, en je gebruikt gewone potscharnieren. Inliggend betekent dat de deur in de opening valt: dat staat strakker maar vraagt een korpus dat haaks is, en een voegmaat die je consequent aanhoudt. Reken op 2 tot 3 mm voeg rondom. Bij twee deuren naast elkaar deel je die voeg, en dat is waar de meeste rekenfouten insluipen.
4. Laden: de speling zit in de geleider
De breedte van je ladebak is de binnenmaat van de kast min de speling die je geleider vraagt, per zijde. Een undermount vraagt iets anders dan een kogelgeleider van 45 mm, en een systeemlade vraagt weer iets anders. Neem die waarde uit het blad van je fabrikant en vul ze in — of kies het type in het portaal, dan staat ze er al.
5. Nerfrichting kost je platen
Bij fineer, decor of massief loopt de nerf in één richting. Panelen die zichtbaar naast elkaar komen, moeten dezelfde richting hebben. Dat beperkt hoe je stukken op de plaat kan leggen, en dus hoeveel platen je nodig hebt. Zet de nerfrichting per onderdeel goed vóór je de plaatindeling laat rekenen, anders koop je een plaat te weinig.
6. Kantenband is geen afronding
Band van 0,8 of 2 mm komt bovenop je paneelmaat, of je zaagt er de maat voor af. Dat klinkt als muggenzifterij tot je twee laden naast elkaar hebt met 3 mm speling ertussen. Bepaal per paneel welke kanten afgeplakt worden en of de band binnen of buiten de maat valt.
7. Nummer je stukken, niet je goede geheugen
Een kleerkast geeft snel dertig panelen, waarvan er acht op elkaar lijken. Geef elk stuk een nummer, schrijf het met potlood op de achterkant zodra het van de zaag komt, en zorg dat datzelfde nummer op je zaaglijst en op je plaatindeling staat. In het portaal krijgt elk stuk automatisch een uniek nummer — 18-1 tot 18-4 voor de vier stuks van maat 18 — en dezelfde kleur op elke tekening.
8. Laat de lijst opnieuw rekenen na elke wijziging
De klassieke fout: je past de diepte aan, je zaaglijst staat nog in Excel van vorige week, en je zaagt drie panelen op de oude maat. Reken opnieuw na elke wijziging, en zet de datum van de berekening op je afdruk. Dat kost niets en scheelt een plaat.
Laat het rekenwerk over
Vul je maten in en de zaaglijst, de plaatindeling en de beslaglijst rollen eruit. Het gratis pakket vraagt geen kaartnummer.